Vanochtend ging de wekker al vroeg; om 07.00u stonden we naast ons bed, snel kofie drinken, roken, elkaar uitlachen om de slaperige en verwarde just-out-of-bed-looks, douchen en om 8.00u vertrokken we uit Amot (niet te verwarren met Amot 30 km verder dan Kolsrud, er schijnen drie Amot’s in Noorwegen te bestaan). De rit duurde in totaal 7 uur, inclusief drie pauzes, exclusief reistablet. Ik heb bewust niets ingenomen, want ik wilde al dat moois meemaken en me er ook nog bewust van zijn. We hebben mooie stukken natuur gezien. Mooie, hoge bergen. Indrukwekkende, mooie hoogvlaktes. Onverantwoordelijk rijdende Noren. Loslopende, eigenwijze schapen, die zich werkelijk niets aantrokken van de auto’s.
Buiten het hoogseizoen schijn je op de hoogvlaktes in collonne’s te moeten rijden, wegens de smalle wegen en het weinige verkeer. Daarbij komt, dat er totaal geen verlichting is én er ligt hier minstens zes maanden meters sneeuw. Na de hoogvlaktes volgde een tweebaansweg en bergen, die steeds hoger werden en steeds meer op fjorden begonnen te lijken. Al rijdend maakte ik foto’s uit het raam, wijd open. Helaas vaak met achteruitkijk spiegel ofde vangrail erop, maar die photoshop ik er wel weer vanaf. Hoe meer fjord-achtige bergen we zagen, hoe dichterbij we bij Stavanger kwamen.
Stavanger hebben we tçoh nog weten te bereiken! We hadden allemaal de moed op gegeven, het was gewoon te verweg om éven’ in een weekend heen te rijden. Voor Nederlandse begrippen valt 300 tot 400 kiometer best mee, maar hier niet. Je rijdt gemiddeld 58 km per uur (een dieselbus rijdt nu eenmaal niet met 80 km per uur een berg op) en de wegen zijn hier erg bochtig.
In Noorwegen kennen ze tolwegen. Die slimme Noren hebben de betaalpoorten precies tussen twee afritten in neer gezet, maar als je een ‘autopass’ hebt, kan je gewoon doorrijden. Zoals bij bijvoorbeeld een huurauto. Zo één als wij hadden dus. In sommige gevallen wordt er een foto gemaakt (en dan zie je de rekening thuis wel), maar soms moet je cash betalen. Tenzij je een autopass hebt. Em die had de bus dus niet. En ook had de bus geen 13 kronen kleingeld bij zich. Doorrijden kost 200 tot 300 kronen boete. Noorse snelwegen zijn smaller dan Nederlandse en de dat geld ook voor de vluchtstroken. Als je díe al hebt, hier. En zo kon de huurauto onmogelijk stoppen. Paniek!!
Eenmaal in Stavanger zochten we een informatiebord, waarvan we onderweg een aanwijsbord gezien hadden. Na een kwartier dwalen nogsteeds geen informatiebord. Uiteindelijk vonden we een parkeerplaats, waar we toch maar eens héél rustig gingen kijken op de kaart, maar tevergeefs. Dus maar terugrijden. Op eens, uit het niets zien we een bord ‘turisteninformasjon’.
Afijn, na een poosje zoeken toch nog de stadscaming van Stavanger gevonden. Aan een meer en met een groot park achter de camping. De hut was groter dan de vorige, maar wel met maar één slaapkamer. Callow vond het toch fijner en dus sliep m’n zwagertje in de woonkamer.
Callow en ik besloten samen ‘s avonds Stavanger in te gaan. Gewoon, eventjes lekker met zijn tweetjes zijn. We hebben een rondje gelopen door het centrum, maar al snel begon het te weer lichten. We bestelden snel twee cola (maar dat was niet op voorraad bij het café), dus twee sinas. Dat was €4, 50 per sinas. Maar in nedelrand kennen we flesjes van 0,25 L, hier hebben ze flesjes van 0,35 L en dat is een hele plons en zeker als er boven je een onweersbui hangt. Zo snel als we konden dronken we onze sinas op en al gauw begon het te onweren al snel begon het te gieten en we zijn zo snel mogelijk zijn we naar de camping gereden.
Daar had het ook flink geonweerd, zo hard dat het klonk als een explosie. In Zuid Noorwegen nog het hardste; 92 mensen waren getroffen! Wij zitten in het Zuidwesten.
We hebben nog eventjes zitten kaarten , maar gingen al snel naar bed, iedereen was uitgeput van de rit. Een stapelbed is niet ideaal. Vroeger vond ik het geweldig en was het altijd de strijd wie boven mocht slapen. Maar het bed hier was erg wankel dus de lichtste – ik dus – sliep boven. Wat een gehannes! Ik was steeds mijn deken kwijt en ik moest oppassen dat ik niet mijn bed uitrolde!