Sammy is een gevaarlijke kat. Niet voor ons, mensen, dat niet. Voor dames van zijn stand is hij ook best lief, maar oh wee als je als kater, das, eekhoorn, of welk dier dan ook zijn territorium betreed. Vrees dan maar voor je leven!
Sammy is een grijs gestreepte kat. Met witte pootjes, die tijgerpoten lijken. Sammy is een gespierde kat, haast een body builder. Hij houdt er van om aangehaald te worden en is een prima knuffelkat. Maar Sammy is nergens bang voor, niets houdt hem tegen.
En zo hoorde we ‘s nachts regelmatig katten vechten. Toen Callow en ik een stukje gingen wandelen, hoorde weer eens een kattengevecht en gingen we maar eens kijken. En jawel, hoor! Een zwarte kater had zich op Sammy’s terrein gewaagd. En Sammy zag het. En viel aan. Ze rolden al vechtend van de rotsen, de zwarte probeerde te ontsnappen en klauterde de rotsen weer op, maar zo makkelijk kom je niet van Sammy af! We hadden ons al laten vertellen dat je Sammy niety uit een gevecht moest halen, want van de adrenaline-stoot die hij heeft grijpt hij jou. Dus we lieten ze maar de ruzie uitvechten. We zijn weer weggelopen, en toen we later die dag van boodschappen doen terug kwamen, hoorden we dat Sammy de tuin ingelopen was. Met een hele dikke kop, onder het slijm en helemaal bebloed. De tijger liep mank, en wilde niet aangehaald worden. Toen iemand dat toch probeerde begon hij te blazen en is onder de auto gan liggen, later zat hij daar niet meer. En kattenkenners weten allemaal: als een kat voelt dat het niet goed gaat, zoekt hij een plekje op om óf aan te sterken óf te sterven.
Iedereen heeft Sam gezocht, maar niet gevonden. Na een paar uur zoeken gaven ze de moed op. Hij moest of zelf komen, of niet. Maar toen Callow en ik op bed lagen en de rest nog buiten wat zat te kletsen, kwam hij toch nog tevoorschijn! M’n zwagertje heeft ons nog wakker gemaakt, want tja, ook wij zaten een beetje in over de Noorse pitbull-kat. Waarschijnlijk was Sammy wezen donderen in de wei hier aan de overkant en zo had hij waarschijnlijk een koe of een stier geïriteerd. Die had op zijn beurt het kattebeest uit schrik een schop gegeven, en in zijn/haar mond genomen of gehapt. Na een paar dagen had Sam zichzelf weer een beetje gewassen, maar zat nog altijd onder de wonden en had nog een beetje een dikke kop. Maar knuffelen deed hij allang weer. En buiten vechten natuurlijk ook. Nogsteeds nergens bang voor dus!